Preken van Gea

Preek Kerst 2015

1 Nu ben ik al bijna 25 jaar dominee.
Maar dit jaar zag ik voor het eerst, dat Jezus in Bethlehem is geboren.

Natuurlijk wist ik dat wel.
Als feit.
Elk kerstliedje, van kinds af aan, gaat over het kind geboren in Bethlehem.

Ik had me echter nog nooit gerealiseerd hoe bijzonder dit is.
Ik nam het min of meer aan.
Want ik wist:
Bethlehem is de stad van David.
De koning uit een ver verleden.
Een droomkoning.
En één keer zou er nog zo’n koning komen.
Maar dan voor altijd.
Zoals de profeet Jesaja vertelt. …

En ja, toen het zover was, gingen Jozef en Maria naar Bethlehem.
Het stond zo ongeveer op de rol…

Het is me nooit opgevallen hoe verrassend het eigenlijk is dat ze in Bethlehem zijn.
Want… het is eigenlijk stom toeval dat ze daar zijn.
En dat heb ik al die jaren niet gezien!

Jozef en Maria zijn volstrekt toevallig in Bethlehem.
Ze woonden daar niet.
Jozef kwam er vandaan.
Dat wel.
En daarom waren ze daar.
Voor één of andere volkstelling.
Voor de burgerlijke stand, zouden wij zeggen.
Voor het domweg invullen van één of ander… formuliertje.
En juist daar, op dat moment wordt het kind geboren.

Wij vragen wel eens: Waar ben je geboren?
En dan noemen we onze geboorteplaats.
Maar bij Lukas is het antwoord op de vraag: ‘Geboren?’ niet gewoonweg: ‘Bethlehem’.’
Bij Lukas is dat een heel wonderlijk gebeuren.
Door die volkstelling kwamen ze in Bethlehem terecht.
De stad van David.
De stad van de beloofde Messias.
De stad van de vredevorst voor altijd.

2 Dit jaar viel me in de voorbereiding van het kerstfeest nog iets op.
Lukas grossiert namelijk in wonderlijke gebeurtenissen.
Al ver vóór dat Jezus wordt geboren.
Lucas bouwt zijn evangelie goed op.
In de afgelopen tijd zijn de gebeurtenissen voordat Jezus is geboren aan de orde geweest in de kerk en in de kinderkerk.

En wat dan opvalt is, dat de wonderlijke gebeurtenissen over elkaar heen buitelen. (Klok/boom)
-Bij de aankondiging van de geboorte van Johannes, de helper van Jezus aan Zacharias.
-Bij de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria.
-Bij de ontmoeting van Elizabeth en Maria.
-Bij de geboorte en naamgeving van Johannes.
God is goed, betekent zijn naam.
En zijn naam is een hint naar wat komen gaat.
-En tenslotte bij de geboorte van een kind dat de goedheid van God helemaal belichaamt. (centrum klok)
De wonderlijke geboorte geschiedenis van Jezus wordt omkranst door andere wonderlijke geschiedenissen.

3 Nu hebben we vier evangelisten die over het leven van Jezus vertellen.
Elk op een eigen manier.
De evangelist Lucas valt echter op door zijn manier van schrijven.
Hij is een ontwikkeld man.
En hij gebruikt de stijl van zijn tijd om zijn boodschap over te brengen.

Voor Lucas nu, is Jezus een bijzondere historische figuur.
Jezus is geen sprookje.
Maar het belangrijkste voor Lucas is niet om te zeggen:
Jezus heeft echt bestaan!
Dat is voor hem helemaal niet interessant!
Dat is vanzelfsprekend.
Maar wat hij eigenlijk over Jezus wil zeggen, is niet in woorden te vatten…

Vandaar al die wonderlijke gebeurtenissen, al ver voor de geboorte van Jezus.

Lukas schrijft in de stijl van zijn tijd en dat is, voor de liefhebbers, de tijd van de overgang van de Griekse naar de Romeinse cultuur.
En die stijl zouden we nu… het beste kunnen vergelijken met poëzie.

U kent allemaal het gedicht van Hendrik Marsman

‘Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan:
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan de einder staan…’

Het gedicht staat in steen gebeiteld langs het fietspad naar Wijk bij Duurstede.
Met uitzicht op het rivierenland.

Dit gedicht gaat over ons land.
Over onze streek zelfs.
Dat is een feit.

Tegelijk, als je het gedicht leest, of vooral hoort (…..), dan weet je:
dit is niet in woorden te vatten.
De schoonheid of de betekenis van dit landschap.
Die zijn van een eindeloze rijkdom!
Zoals we wel eens zeggen van de schoonheid van de natuur, van wat er groeit en bloeit, of van muziek.
Dat is onbeschrijfelijk, zeggen we dan.

Nu, dat is ook precies wat Lucas wil zeggen.
Het gebeuren rond Jezus is niet in woorden te vatten.
Al die engelen, wonderlijke gebeurtenissen, toevalligheden.
Ook dat voor ons zo bekende gegeven:
Geboren.
In Bethlehem.
Dat alles tezamen is iets van een andere planeet.
Niet te vatten.
Niet in beelden of woorden te vatten.
Hoeveel …beelden of woorden… we ook tot onze beschikking hebben.
Het is niet op een … briefje te geven…

4 Mensen vragen zich wel eens af:
Hoe kan dit allemaal?
Klopt het allemaal wel?
Is het wel waar wat er over Jezus wordt gezegd?

Allemaal goede vragen.
Maar het zijn wel de vragen van onze tijd.
Van onze manier van denken.
En dat is vooral een manier van verstandelijk redeneren.
En daar is niks mis mee, we hebben daar veel mee bereikt, maar we kunnen niet alles vatten met onze rede.
Het leven, het ‘gewone’ leven, is al niet in woorden te vatten.

Engelen, wonderlijke gebeurtenissen, toevalligheden.
Met al deze middelen wil Lucas duidelijk maken:
de geboorte van het kind in Bethlehem is te groot voor ons.
De vrede op aarde, waar de engelen over zingen, gaat ons verstand verre te boven.

5 Kerst is… niet te vatten.
Hoe goed we de geboortegeschiedenis ook kennen.
Hoe vaak we het al gehoord hebben.
Jaar in jaar uit.
Soms al meer dan tachtig jaar lang!

De boodschap van de engel is elk jaar …. een openbaring!

Vrede op heel de aarde?
Ja, u hoort het straks goed.
Dat is het eerste en laatste woord van God.
Voor minder doet Hij of Zij het niet.

En ja, dat is een boodschap van een andere planeet.
Dat is niet uit te leggen.
Hoeveel boeken we er ook over zouden schrijven.

We kunnen ons over die boodschap van de engelen straks alleen maar verwonderen.
En het proberen te vatten.
Proberen mee te zingen met de engelen.
Mee te doen ook met God.
En daar nooit meer mee stoppen.
Want er zijn geen woorden en daden genoeg voor de eindeloze goedheid van… God.

Amen

Overdenking Muziekzondag Rijswijk Gld.
‘Slagwerk in de kerk’
Zondag 21 juni 2015
Net nadat de kerk helemaal opnieuw is geverfd.

Lezingen uit Job 30, 20-24 en Marcus 4, 53 – 41

1 Afgelopen donderdag liep ik de kerk binnen.
Ik moest nog even overleggen met Jaap van Toorn, die bezig was de deur af te lakken. Met de laatste deklaag.
Ik bedacht me om ook even te kijken naar het kleed op de tafel.
Met daarop de afbeelding van een schip.
Ik had die afbeelding wel een beetje in mijn hoofd, maar toen ik keek trof me trof me die toch.

Ik was namelijk de golven helemaal vergeten.
Ze zijn duidelijk en dreigend afgebeeld.
Toch ligt het schip goed op koers.
Met in het zeil subtiel het kruis geborduurd.
U kunt er straks nog even naar kijken.
Dit kleed en alle andere kleden zijn prachtige borduurwerken, ooit door de vrouwenvereniging aan de kerk geschonken.

Waar u nu zit, wordt ook wel het schip van de kerk genoemd.
Vanaf het begin van de kerkgeschiedenis wordt de kerk als een schip afgebeeld.
Op reis door de tijd.

Dat ging ook wel eens te ver!
Er bestaat bijvoorbeeld een schilderij uit de 16e eeuw, uit de tijd van de reformatie.
En daarop wordt de rooms-katholieke kerk als een schip afgebeeld.
Helemaal opgetuigd.
En in volle vaart over de golven.
Terwijl degenen die het toen niet met die kerk eens waren, de protestanten, waaronder Calvijn en Luther, liggen te spartelen in het water….
Die protestanten doen later precies hetzelfde met hun dwarsliggers..
Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Dat verschillende kerken, als in een soort Volvo Ocean Race, elkaar de loef afsteken…
Maar dat terzijde.

Het beeld van de kerk, één grote kerk en niet zo verdeeld als vandaag de dag, op reis door de tijd, is een oud beeld.
(zie plaatje liturgie, ook symbool oecumene)
Ook deze kerk, als deel van het geheel, heeft een lange reis gemaakt door de tijd.
Dit gebouw is zo’n 700 jaar.
Maar minstens 1200 jaar geleden, misschien nog langer geleden, is er elders in het dorp al een kerk geweest.

De kerk als een schip.
De schilders hebben het schip een goede onderhoudsbeurt gegeven, zullen we maar zeggen.
De kerk als een ark.
Een plek om behoed te blijven voor het woeste water.
Voor alle gevaren in ons bestaan.
Dat is een mooi beeld.
En al is die beeldspraak wel eens doorgeschoten, dat beeld is direct ontleend aan deze geschiedenis van Jezus die de storm stilt op het meer en het schip veilig naar de overkant brengt (Drs. P).

2 Die geschiedenis begint met de woorden van Jezus: ‘Laten we het meer oversteken.’
Het is het eind van de dag.
Het is al avond geworden.
In de nacht het meer op…
Dat belooft niet veel goeds.
En binnen niet al te lange tijd steekt er ook nog een storm op.
Een hevige storm, staat er.
Grote paniek breekt uit.
En onder verwijten wordt Jezus wakker gemaakt.
Maar één keer wakker, legt hij de wind en het meer het zwijgen op.
En het wordt helemaal stil.
Waarom waren jullie bang?
De vraag blijft in de lucht zweven.
Want de leerlingen hebben iets anders aan hun hoofd.
Ze zijn hun angst voor het water vergeten, maar nu helemaal ontzet over Jezus zelf.
‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’

Nee, een storm is niet kinderachtig.
En angsten zijn zeker geen kleinigheid.

Toch eindigt dit gedeelte met de vraag: ‘Wie is hij toch?’
En die vraag blijft maar klinken in het Marcusevangelie.
De leerlingen blijven zich steeds weer afvragen wie Jezus is.

Jezus doet allerlei wonderen.
Stilt de storm.
Geneest zieken.
Vertelt gelijkenissen.
Leert en onderwijst.
Maar het onbegrip …… blijft terugkomen.

En ik bleef er ook mee zitten.
Met die vraag: ‘Wie is hij toch?’
En wie van u weet dat?

Wie van u.. begrijpt dat je niet bang hoeft te zijn in een storm.
Dat God er altijd is.
Als een muur om ons leven (liedje van de kinderen).

De leerlingen begrijpen er in ieder geval niets van.
Dat was het eerste wat me opviel.
En dat blijft zo.
Het hele evangelie door.
Het evangelie eindigt zelfs met de woorden dat ze hevig geschrokken waren.
Veel verder komen de leerlingen in het evangelie niet.
En dat is toch opvallend.
Dat onbegrijpelijke van het evangelie.
Dat onbevattelijke.
Toen, maar ook nu.

4 Maar er is nog iets dat me opviel.
Jezus zegt: ‘Laten we het meer oversteken.’
Jezus doet veel wonderen, volgens de evangeliën.
Hij onderwijst en leert.
Maar het belangrijkste dat hij doet is…. het meer oversteken.

Want het meer of het water of de zee hebben in de Bijbel altijd een betekenis.
Jezus kiest hier voor de woeste zee.
Met storm.
Met angsten.

In de liederen van de slaven speelde dat oversteken van de rivier, van het dreigende water ook een grote rol.
Bijvoorbeeld in het lied ‘Roll on Jordan’ of ‘Go down Moses’ of ‘Wade in the water’.
Drie andere bekende negro-spirituals.
Die Jordaan was de rivier de Ohio, die het Zuiden van Amerika van het Noorden scheidde.
Als ze daar maar over waren…
Want in het Noorden van Amerika waren ze vrij!
Een mooie toepassing van oude verhalen en beelden.

Water heeft in de bijbel veel betekenissen.
Denkt u maar aan het water van de vloed bij Noach, van de Schelfzee bij Mozes, de Jordaan bij Jozua en het water van de doop bij Jezus.

En water is dan altijd dreigend, maar ….door het water heen wordt de wereld ook gered, het volk bevrijd of de mens genezen.

Opvallend nu is hier dat Jezus ook die weg gaat.
Door de woestenij heen.
Door de zee van vragen.
Sinds Job…. tot op de dag van vandaag.

Kortom, opvallend aan Jezus zijn niet zijn wonderen.
Opvallend is dat Hij, met al zijn wonderlijke kracht, voor de diepte kiest.

5 Het is vandaag een feestelijke dag.
Het is de eerste zondag van de zomer.
Het is vandaag muziekzondag.
Met maar liefst vier musici die meewerken dit jaar.
En… vandaag staan we stil bij deze kerk, weer helemaal schoon en wit geverfd. Met mooie details, vol van kleur en glans. Op de deuren, de ramen, de handgeschilderde kozijnen in de toren, de galmplanken en de daklijst boven in de toren.

Maar… het is vandaag niet alleen maar feest.
Er is ook onrust.
Ik blijf maar zitten met die vraag: ’Wie is hij toch?’
Ik blijf maar haken bij die grote kloof tussen de wereld van God en die van ons.
‘Waarom hebben jullie zo weinig moed?
Geloven jullie nog steeds niet?’, vraagt Jezus aan zijn leerlingen.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om geen angst te hebben te midden van een hevige storm.

Maar… misschien helpt die onrust ook.
Die schrik van de leerlingen.
De ontzetting over zoveel vreemds.
Toen, maar ook nu.

Misschien dat die ontzetting …. ons in beweging zet.
Zodat we onze vastgeroeste denkbeelden en patronen een beetje… los laten (de ‘automatische piloot’ van verwijten en angsten, zoals bij de leerlingen).
Zodat de boel een beetje gaat swingen, verschuiven in ons leven, zoals de slaven met hun traditie de hele muziekcultuur aan het schuiven brachten in Amerika en later in de hele wereld.

Precies die onrust over die kloof tussen onze wereld en die van God kan ons nieuwsgierig maken naar die vreemde wereld van God.
Een wereld zonder angst.
Hoe gek we dat ook vinden.
Een wereld waarin water dat ons bedreigt ineens kan worden tot water dat ons draagt.

En misschien…. is die wereld veel dichterbij dan wij denken (vastgeketend als we zijn aan onze illusies).
Zoals Jezus dichtbij, vlakbij de bange leerlingen was.
Hij lag gewoon…. naast hen… te slapen.

Amen.

Overdenking zondag 7 juni 2015

Lezing Ezechiel 17, 22-24 en Marcus 4, 26-34

 

1       Met Pinksteren stelde Hans, mijn man,  voor om naar de tentoonstelling te gaan van de schilder Matisse in het Stedelijk Museum  in Amsterdam.

Matisse leefde van 1869 – 1954  (85 jaar).

Hij komt uit Noord-Frankrijk ( uit  Frans Vlaanderen, net over de grens bij Brussel en zo’n 3 uur rijden hiervandaan).

Hij werkte als schilder  vooral in het Zuiden, in en bij Nice.

Van Gogh was zo’n vijftien jaar ouder (*1853).

Picasso (*1881) was zo’n tien jaar jonger.

Dan hebt u een beetje een beeld van zijn tijdgenoten.

Nu wist ik niet veel van Matisse. Behalve dat hij veel met knipsels deed. Eén ervan heb ik voor u uitgeprint. Het heet heel simpel ‘Zwart blad op rode achtergrond’. Dit werk staat ook op de poster van de tentoonstelling.

 

 

 

Zijn bekendste werk is ‘De parkiet en de zeemeermin’.

Een groot wand vullend werk met allemaal kleurige knipsels van bladeren en vruchten en daartussen links een kleine parkiet  en rechts een zeemeermin. Dit wereldberoemde werk is in het bezit van het Stedelijk.

 

 

 

 

Matisse schijnt een belangrijke overgangsfiguur te zijn.

Hij schilderde eerst op een klassieke manier. Zoals hij geleerd had op de academie. Maar later ontwikkelt hij zich tot een modern kunstenaar. Hij ging fellere kleuren gebruiken en schilderde niet zo gedetailleerd, maar met grote kleurvlakken.

Opvallend van Matisse is, dat hij blijft uitgaan van de werkelijkheid.

In zijn werken is altijd te zien waar het om gaat.

Een blad (zie afbeelding). Een mens, Een schelp. Enzovoort.

Hij ging bijvoorbeeld niet zover als Mondriaan,  nog zo’n tijdgenoot van hem (*1872) – ze scheelden zo’n drie jaar – deed met het bekende schilderij Victory Boogie Woogie, met alleen blokjes van rood, geel en blauw.

 

 

 

Matisse ontleende veel aan de natuur. Hij deed veel met planten of bloemmotieven.  Dat werk ‘De parkiet en de zeemeermin’ was oorspronkelijk wandversiering van zijn eigen kamer. Hij was ziek, maar met die planten om hem heen waande hij zich in een tuin, een oase. Vandaar ook de naam van de tentoonstelling :  ‘De oase van Matisse’.

Tuin. Rustplaats.  Zie tekst kaartje.

(Zie ook de kleuren!)

 

Ik moest aan deze tentoonstelling denken bij de voorbereiding van deze dienst. Waarin het ook gaat over de natuur en dan vooral over de wonderlijke groeikracht van het zaad.

Wetenschappers kunnen alle processen uitleggen.

Het is allemaal te verklaren en in formules te vatten.

Toch blijft het voor elk mens  een wonder. Alles wat uit bijna niets tevoorschijn komt. Ook dit jaar weer. Wie verbaast zich niet over de groei en bloei in dit seizoen? Vooral op die vruchtbare klei in de Betuwe!

Eén grote oase!

 

2       Jezus gebruikt voor zijn eerste gelijkenissen dit voorbeeld van de wonderlijke groeikracht van het zaad. “Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar.’

 

Het is een prachtig beeld van de groeikracht van het koninkrijk van God. Die groei is onstuitbaar!

En die groei is enorm!

Een grote oogst volgt!

 

Het eerste wat me hier opviel was de kracht van het rijk van God.

De enorme kracht van God zelf, om met de woorden van Ezechiël te spreken: ‘Ikzelf zal uit de top van de hoge ceder, tussen de bovenste takken, een teer twijgje wegplukken, en dat zal ik planten op een hoge en verheven berg’.

En dat tere plantje zal, zegt Ezechiël erbij, uitgroeien tot een boom waarin alle vogels zullen wonen.

 

M.a.w. God is niet tegen te houden.

God houdt vast aan zijn plan om deze aarde te maken tot een tuin. Een oase. Een rustplaats.

Wij denken vaak, tenminste ik denk dat vaak:

Wat moet ik doen?

Wat kan ik betekenen?

Of zelfs: wat kan ik nog beter doen?

De nadruk in deze gelijkenis ligt echter niet op wat wij moeten doen of waar wij ons zouden kunnen verbeteren.

De nadruk valt hier op wat God doet.

Verrassend!

Onverwacht!

En zonder enige grens!

Uit alle gelijkenissen deze ochtend spreekt die onweerstaanbare kracht van God om een nieuwe aarde te scheppen.

‘God is er ook nog!’ schreef een collega bij de lezingen van vanmorgen!

We zijn vaak zo druk met onszelf, dat we vergeten dat de grootste bron van leven en kracht niet in ons ligt, maar in God.

Een onuitputtelijke bron bovendien.

 

3       Maar…  er is nog iets dat me opviel in deze gelijkenissen.

Matisse was gegrepen door de schoonheid van de natuur.

Die was  voor hem een grote bron van inspiratie.

Op het einde van zijn leven heeft hij ook nog een kapel gebouwd In Vence, een plaats een eindje boven Nice.

Op die tentoonstelling in Amsterdam is ook veel van die kapel te zien.

De ontwerpen voor de ramen, opnieuw met plantenmotieven.

In heldere kleuren. Veel geel, groen en blauw.

Het meubilair. De kandelaars.

De ontwerpen voor de tegeltableaus  aan de muur en niet te vergeten de kleding voor de priesters.  Alles is door hem ontworpen.

Die toga’s  (kazuifels) zijn ook in Amsterdam te zien.

Eén ervan, die van Pinksteren, zie ik nog zo voor me.

Aan de voorkant van het kazuifel is een boom te zien, teken van de nieuwe schepping door de Geest van God.

Op de achterkant  van het kazuifel is het kruis afgebeeld.

Matisse maakte gebruik van de  oude symboliek van het kruis dat de nieuwe levensboom wordt. Alles op een rode achtergrond.

De kleur van het vuur van Pinksteren.

Het feest van de herschepping.

 

Of geloof nu zo’n grote rol speelde voor Matisse. Ik weet het niet.

Ik denk het niet. Veel kunstenaars in die tijd zetten zich af tegen de kerk, zoals bijvoorbeeld Picasso.

Maar …. Matisse nam ook op dit punt een eigen plek in. Net als in zijn kunst.  Matisse heeft zich waarschijnlijk nooit helemaal van afgekeerd van de wereld van het geloof, gezien zijn medewerking aan deze kapel.

De bouw ervan ging ook met veel moeite gepaard, maar hij gaf geen moment op. Terwijl hij al op hoge leeftijd was, nam hij het werk vastberaden ter hand.

Het ontwerpen van die kapel deed hem ook iets.

Zo zei hij een keer tegen één van zijn naaste medewerkers, toen hij bezig was met het ontwerp van de kruisweg van Jezus voor een tegeltableau in de kapel, dat die lijdensweg van Jezus hem zo trof.

 

Die kapel van Matisse nu, bracht me bij nog iets anders.

Het belangrijkste in ons leven gaat buiten ons om.

Er is een eindeloze kracht buiten ons.

Dat is het eerste dat me opviel.

Maar er is nog iets.

 

Ik zag het pas na een tijdje.

Je ziet het ook zo over het hoofd…

Dat tere twijgje.

Dat kleine zaadje.

Dat ene blad van Matisse, zoals op de poster van de tentoonstelling.

 

Maar God….  ontfermt zich over dat tere en kleine of onaanzienlijke.

God ontfermt zich over wat in de aarde sterft, zoals Jezus zelf als zaad sterft in de aarde.

M.a.w.: God geeft zich met een enorme toewijding aan  wat…. bijna niets voorstelt of onaanzienlijk is.

God wel!

 

Wat is de mens dat u aan hem denkt?

Het mensenkind dat u naar hem omziet?

In dat grote universum…

(Psalm 8, Psalm van de zondag)

 

Kortom, het vreemde van God is niet dat Hij/Zij een toewijding heeft, zonder grens!

Het vreemde, verrassende en onverwachte van God is juist dat die toewijding het kwetsbare, tere en onaanzienlijke geldt.

 

4       Een tijdje geleden mopperde ik over iets.

Ik weet al niet meer waar het over ging.

Ik was bij een vriendin.

Ik weet nog wel wat die vriendin tegen met zei, toen ik zo mopperde.

Ze zei,  na een tijdje alles aangehoord te hebben…..:

‘Tja Gea, je bent niet met je neus in de boter gevallen…’

Van de weeromstuit moest ik zo hard lachen..

Dat was een goeie!

Ze sloeg de spijker op de kop.

Ik wilde met mijn neus in de boter!

 

Het wordt wel de ziekte van onze tijd genoemd.

Dat we denken dat alles kan.

Dat alles mogelijk is.

Of dat alles nog beter kan!

Vandaar dat we vandaag de dag de grootste moeite hebben ons te verstaan met wat ons niet lukt.

Waar we in gebreke zijn gebleven.

Of met wat we verloren hebben.

Onze dromen en verwachtingen.

Onze gezondheid of zelfs onze dierbaren.

 

We zijn het in onze oververhitte cultuur verleerd om te gaan met  die onvermijdelijke tegenslagen.

We kijken er liever overheen.

Of langs.

Maar zegt het evangelie…:

God is juist met ons in onze kleinheid of in onze nood.

We hoeven ons niet mooier voor te doen dan we zijn.

En je beperkingen onder ogen zien is niet wat we vaak denken, kleinerend of beschamend, maar juist bevrijdend.

Je wordt er meer mens van!

Want je leert meer begrip te krijgen voor jezelf … en ook voor anderen.

En soms kun je dan ook nog om jezelf lachen….

 

5       Matisse bleef als modern schilder uitgaan van de werkelijkheid, met name uit de natuur.

In zijn schilderijen kun je altijd iets herkennen van bijvoorbeeld een bloem of een plant (zie afbeelding).

 

Ook Jezus vertelt zijn eerste gelijkenissen met beelden ontleend aan de natuur.

Maar Jezus vertelt zijn gelijkenissen niet zomaar.

Om ons te vermaken of om onze ogen te openen voor de schoonheid van de natuur, hoe verblindend die ook is.

 

Jezus vertelt deze gelijkenissen zodat we oog krijgen voor het grootste wonder van ons bestaan.

God blijft trouw aan ons beperkte en gebrekkige leven.

Dat is het grootste wonder.
Het enige dat telt in ons leven.
Een niet te bevatten wonder.
Het zal ons steeds weer, net als bij de leerlingen, moeten worden uitgelegd.

 

Jezus vertelt deze gelijkenissen  zodat wij, u en ik, tot inkeer komen en dit goede nieuws geloven, zoals de evangelist Marcus het aan het begin van zijn evangelie zegt (Marcus 1, 14).

 

Jezus vertelt ze zodat we ook elkaar…, met al onze noden en gebreken, niet als een baksteen laten vallen, maar vasthouden.

Dan en dan alleen bloeit…..  alles op!

 

Amen

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *